Home » Blogs

Ervaringskennisbeheer

21 december, 2010 - 14:05 - Ron

Een wijs man -de beheerder van de MacIntyre Memorial Hut in Onich- zei ooit:

"Experience is just a range of nearly misers"

Daar ben ik het mee eens. En na enkele jaren ben ik inmiddels redelijk ervaren. Zowel in de klassieke zin van ervaren, als in de bovengenoemde definitie. Hoewel niet allemaal even ‘nearly’. Daardoor heb ik inmiddels ook de nodige kennis van de bergen. In mijn dagelijkse werk wordt er wel eens gesproken over kennismanagement. ‘Hoe om te gaan met het delen en borgen van kennis en ervaring binnen een organisatie?’ Eén van de valkuilen daarbij, is dat mensen geneigd zijn alleen hun succesverhalen te vertellen. Zeer waarschijnlijk leer je meer van de dingen die fout zijn gegaan, dan van de goede. Een verslag van een succesvolle klim kan een mooi verhaal zijn. Van het relaas van een ‘misser’ kun je nog is iets leren. Vandaar dan ook, dat hier een onvervalst stukje ‘ervaringskennisbeheer’ staat.

1992
Ko en ik hebben een zogenaamde touwleiderscursus gevolgd in het Berner Oberland. We kennen elkaar van de gevorderden cursus van het jaar ervoor. Nu werd het tijd voor het maken van zelfstandig toeren. Jaap ging met ons mee de Silvretta in. Hij zou tegen die tijd een beginnerscursus afgerond hebben en was ook als rotsklimmer in België actief.

Touwleiderscursus
Bij een touwleiderscursus beoordeelt de gids, tijdens en achteraf, je beslissingen en je handelingen. We hadden de gids voorgesteld om de overschrijding te maken van de Mönch. Daar zit een UIAA IIIe graads passage in. Keihard werd ons een spiegel voorgehouden. ‘Hebben jullie eerder IIIe graads geklommen in de Alpen?’ ‘Weten jullie zeker of jullie dat aankunnen?’. ‘Nee’ en ‘Nee’ waren onze antwoorden. In een onderlinge discussie moesten we de pijnlijke conclusie trekken, dat we de overschrijding niet konden doen. Het kon wel, maar dan zou de gids eigenlijk moeten ‘führen’ en werden wij klimvee. De cursus werd een prima week met een fraaie en stevige AD-toer als afsluiter. Maar ook bij die tocht zagen we geen IIIe graads rots. Immer sicher gehen, het credo van de gids, hadden we overgenomen.

Silvretta
Onze zelfstandige toer begon daarna in Zwitserland, aan de ‘achterkant’ van de Silvretta. De tocht voerde ons langs de Silvrettahütte, de Wiesbadener Hütte, de Tuoihütte naar de Jamtal Hütte. Nu is het doel van dit artikel om iets te vertellen over ‘ervaringskennisbeheer’, zodat de slechte ervaringen met de beheerder van deze laatste hut achterwege zullen blijven. Laat ik maar zeggen, dat er wat gedachten afzonken naar een tijd dat de Oostenrijkers minder geliefd waren bij de Nederlanders en dat de persoon in kwestie ook de leeftijd ervoor had kunnen hebben. Maar goed. Voor de volgende dag stond er een overgang naar de Wiesbadener Hütte op het programma. Het plan was eenvoudig. We moesten alleen de graat, die de respectievelijke dalen waarin de beide hutten liggen scheidt, oversteken. Vanuit de pas, de Tiroler Scharte, zouden we dan de Zuidgraat beklimmen van de Tiroler Kopf. Een IIe graads route. Nee, niet de Rauher Kopf want dat was een IIIe graads route. Immer sicher gehen!

Salzgrat
Vrolijk gingen we ’s ochtends op weg. De klaagzang over de huttenwaard leverde genoeg stof op voor de ‘Anstieg’ naar de Tiroler Scharte. Dat bleek een grote geul te zijn, gevuld met oude sneeuw. Gezekerd werd deze bedwongen en stonden we op de graat. Nu moesten we alleen nog naar de top….. Althans, als het niet zo was geweest dat we aan de andere kant van de graat de Jamtal Hütte diep in het dal zagen liggen. Verbazing alom. Dat was de hut waarvan we ’s ochtend vertrokken waren. Waar was de Wiesbadener Hütte, die aan de andere kant van de graat zou liggen? Help! Bij een nauwkeurige blik op de kaart en in het terrein bleek dat we in een naamloze scharte in de Satzgrat zaten. Een zijgraat van de bedoelde hoofdgraat. Op de gletsjer waren we teveel naar rechts afgedwaald. Jaap voelde zich zeer geprezen met de twee fysisch geografen waarmee hij op stap is. Die kunnen tenminste goed oriënteren!

Het plan werd aangepast. We zouden nu eerst achterlangs de Tiroler Kopf lopen en dan weer verder gaan met ons plan. Daar aan gekomen, maakten we onder de rots een standplaats. Onze eerste echter touwlengte in de Alpen! Ik had de eer te mogen beginnen. Gedurende de klim zag ik van alles, maar niks dat ook maar in de verste verte lijkt op de beschrijving in het gidsjes. Aan het eind van de eerste touwlengte, kon ik over een bandje naar de graat lopen. Ik bond me even uit en om een kijkje te nemen. Weer fout! De rots waar we inzaten was niets anders dan een toren in de graat, maar geen berg.

De Top
Beneden aangekomen, analyseerden we het geheel opnieuw. Het besluit volgde. Doorgaan naar de nabijgelegen graat. Daar is een top en vandaar af konden we misschien opnieuw een inschatting maken van waar we dan wel waren. Gedrieën gingen we verder. De graat zelf was enigszins klauteren, maar we soleerden vrolijk achter elkaar aan. Op de top lag een Oostenrijker te genieten van de zon. Op de vraag welke top dit is, antwoordde hij: ‘Rauher Kopf’. ‘Shit!’ ‘We hebben de Z-graat van de Rauher Kopf beklommen’. ‘Solo’. Die wilden we nou net niet doen. Daarvoor staat in het gidsje een IIIe graads waardering voor….

Nabeschouwing
De oriëntatiefout die ons naar de Salzgrat voerde, staat niet op zich. Ook daarna is het vaker voorgekomen, dat er geen sprake was van objectief oriënteren. Eigenlijk is het een vorm van adaptief waarnemen. De zaken dusdanig waarnemen, zodat deze in het vooringenomen plaatje passen. Die elementen uit het landschap en het terrein die passen in jouw beeld van de kaart, valideer je. De rest negeer je. Even rustig logisch nadenken zou een hoop ellende voorkomen.

Daarnaast is er hier sprake van een foutenketen. Het mooie weer deed ons echter niet besluiten bij de eerste fout al in onze schreden terug te keren. Bij een onverwachte weersverandering, waren we knap zuur geweest.

De zuidgraat van de Tiroler Kopf is een klassieke beklimming. Dat wil zeggen dat het routeverloop altijd zo eenvoudig mogelijk is. In de tijd dat de route geopend werd, deed men nog niet aan moeilijke routes maar met de eenvoudigste weg. Dat wij ‘onze Tiroler Kopf’ te lijf gingen aan langtouw (een touwlengte uitklimmen en dan nakomen), gaf al aan dat we fout zaten. Bij de instap al. Een dergelijke route zou je aan kort touw moeten klimmen (of ongezekerd).

Eén goed punt. We hadden een gidsje bij ons en konden ons makkelijk heroriënteren op basis van de routebeschrijving en omschrijvingen van de omringende bergen. Als we puur die ene routebeschrijvingen bij ons hadden gehad, was dat niet gelukt. Zoiets gebeurt snel als je een zwaar boekwerk hebt, bijvoorbeeld de SMC-guide van de Munro’s, waarvan je alleen de noodzakelijk pagina’s kopieert.

Meer inspiratie

Landen en gebieden: 

Bergsport: 

Profiteer nu: 1 jaar Bergen Magazine voor slechts €22,50 + 3 cadeaus!

Voor Bergwijzer.nl zoeken wij een enthousiaste stagiair voor de webreactie.