Over de 4k in Zwitserland

Na 2 huttentochten en veel dromen slagen Ronny en ikzelf erin om hetzelfde gaatje in onze kalender te prikken: het gaatje heet Bishorn en ligt 4153m boven de zee. De weersvoorspellingen zijn een beetje wispelturig maar we hebben het geluk dat klimmers nodig hebben: een hogedrukwigje creëert een venster van anderhalve dag om nooit meer te vergeten!

Vrijdagmorgen 22 juni 2007 was het zover, mijn buurman Ronny en ikzelf stapten in de wagen richting Zinal, Van d'Anniviers in Zwitserland. Ons beider droom: een eerste keer de 4000m overschrijden, moest nu maar eens plaatsvinden. Ik droomde er al lang van maar door allerlei omstandigheden, was het er nog nooit van gekomen. Ook deze keer hing de tocht aan een zijden draadje: het weer was niet echt denderend geweest de voorafgaande week en de voorspellingen voor het weekend waren niet echt super. Toch waagden we de trip: ter plaatse draait het immers niet zelden toch nog anders uit, dit echter zowel in positieve als negatieve zin…

Na 13 regenvlagen kwamen we aan in Kandersteg waar we de auto op de trein zetten, op deze manier spaarden we heel wat kilometers en het was ook een extra moment van rust. Uiteindelijk arriveerden we om 17u15 in Zinal. Het weer was bewolkt rond de bergen en open in het midden van het dal. De zoektocht naar een hotelletje was al snel afgelopen. Eentje dat “Festival bières belges” afficheerde, daar konden we niet omheen. Bleek de uitbater ook nog een Brusselaar te zijn die Vlaams sprak…zijn er ook nog Zwitsers? We kozen voor een eenvoudig maar net tweepersoonskamertje met sanitair op de gang. Het avondmaal bestond uit een traditioneel slaatje gevolgd door een majestueuze Rösti “Montagnard” en verse abrikozentaart. Een korte avondwandeling was geen overbodige luxe om het geheel een beetje te laten zakken, maar lekker was het zeker geweest!

Prachtig schouwspel
De volgende morgen, zaterdag 23 juni, kondigde zich lichtbewolkt aan. Er stond een klim van bijna 1600m op het programma met als einddoel de Cabane de Tracuit. We hadden in principe de hele dag tijd maar wilden er toch niet te laat aan beginnen. Tegen 8u45 hadden we gegeten, was de auto veilig geparkeerd, de rugzakken in orde en de schoenen ondergebonden. Het eerste stuk was door licht bebost terrein al gauw gevolgd door alpenweiden vol alpenroosjes en dotterbloemen. Het tempo was goed en we vorderden snel. De wolken die zich nog rond de bergen bewogen stegen langzaam en losten op zodat de besneeuwde toppen traag maar zeker ontsluierd werden. Eerst hadden we zicht op de Besso, later ook op de Dent Blanche en de Grand Cornier en tenslotte kwam ook de bijzonder spitse Zinalrothorn ten tonele. Een prachtig schouwspel dat niet voor niets de Couronne Impériale genoemd wordt.

De hut kwam ook al gauw in zicht en even later konden we de eerste glimp opvangen van ons uiteindelijk doel: de Bishorn, 4153m hoog en een dichte buur van de nog veel grotere Weisshorn (4505m). Sommigen beweren zelfs dat de Bishorn niet eens als een zelfstandige top kan aanzien worden, maar ik denk dat dat enkel mensen zijn die er nooit geweest zijn…

België vs. Zwitserland
Net voor 14u waren we aan de hut, ruim de tijd om iets te drinken, van de schitterende omgeving te genieten en later ook nog wat te rusten in de Lager. De hut wordt uitgebaat door een jong koppeltje met een kindje van 6 maanden op een hoogte van 3256m, je moet het maar doen. Echt gezellig was het er niet, uiteindelijk bleek de hut afgeladen vol te zitten en dat is net te veel om het gezellig te houden, maar van een echte klimmershut als deze, verwacht je eigenlijk niks anders. We zochten vruchteloos naar een plaats om ons een beetje te verfrissen: uiteindelijk bleek er alleen een uitgeholde boomstam te zijn op bijna 100m van de hut verwijderd en nog dubbel zo ver als de toch wel nette toiletten met spoelbakken uit…jawel Izegem in België. Wat hebben wij Belgen toch met Zwitserland?

Vele groepen zochten intussen hun intrek in de hut en je zag hier en daar de zenuwen al wat toenemen. Enkele gidsen persten er nog een spoedcursus “prusikken” uit door enkele touwen aan haken in de buitenmuur van de hut te bevestigen en zo elke deelnemer zichzelf te laten omhoog hijsen. Dit is een zeer nuttige techniek om jezelf uit een gletsjerspleet te bevrijden, ik had echter mijn bedenking bij het gekozen tijdstip en ook de gedachte dat die gids dan de volgende dag lachend zou toekijken terwijl je zelf met de vers verworven kennis uit die spleet zou moeten kunnen geraken, waarvoor worden die mannen dan betaald…

Onrustige nacht
Het avondmaal was druk maar lekker: een schelletje varkensvlees met rijst en koude sperziebonen in vinaigrette, voorafgegaan door een lekkere tomatensoep en gevolgd door een appel. We kuierden na het eten nog wat rond de hut en genoten van het ondergaande licht op de rondliggende toppen. Tegen 21u30 lagen we in de overvolle kamer te rusten. Slapen is altijd moeilijk in deze omstandigheden, maar ik heb zelden zo een kou gehad. Het raampje van de kamer bleef open om de ruimte van voldoende zuurstof te voorzien maar om de één of andere reden lagen we recht in de trok. Als er dan elk uur nog iemand zich naar het toilet begeeft wordt het moeilijk om de nodige rust te vinden. De spanning begon ook duidelijk toe te nemen: gingen we dit wel aankunnen?

Om 4u20 werden we gewekt en het was net een mierennest die in werking kwam. Tegen dit tempo waren Ronny en ik niet opgewassen. We hadden de avond te voren ook al afgesproken om ons niet extreem te gaan haasten want dan verzeilden we midden het peloton. We probeerden ons zo rustig mogelijk klaar te maken en stonden uiteindelijk als één van de laatste klaar voor de tocht. Het eerste licht zorgde voor prachtige kleuren en het was compleet helder die morgen, een godsgeschenk. We begaven ons naar het laatste rotseilandje en begonnen ons daar klaar te maken voor de grote gletsjertocht. Crampons werden bovengehaald en ondergebonden, het touw werd uitgepakt en we bonden ons in op een 10-tal meter van elkaar met veiligheidsknopen ertussen, die een eventuele val in een spleet moesten afremmen.

Touwgroepen
Een cordé van 2 personen is nooit ideaal, dus wat extra veiligheidsvoorzieningen kon geen kwaad. Het ijs lag steenhard gevroren en we zetten ons in beweging achter de andere touwgroepen. Technisch komt er weinig bij kijken, er zijn wel enkele steile stukken bij en de hoogte gepaard gaande met de ijle lucht zorgt voor de moeilijkheidsgraad. Het blijft ook steeds een gletsjer waar je over moet, altijd met zijn eigen specifieke gevaren, maar door de tocht vroeg op het zomerseizoen te doen, konden we ons verzekeren van een stabiele bevroren sneeuwlaag die voorlopig de meeste spleten mooi afdekte. Het opkomen van de zon tijdens een klimtocht is altijd een mooi moment en deze arctische wereld maakte het alleen nog impressionanter.

We haalden enkele touwgroepen in, de conditie was goed en de hoogte had nog geen directe invloed op ons. Alle omstandigheden waren perfect voor deze dag, we hadden het niet mooier kunnen dromen. Hoe hoger we gingen, hoe prachtiger de zichten werden en na dik 2u klimmen, overschreden we de magische grens van 4000m. Het werd nu alleen maar nog steiler. We propten een energiereep achter de kiezen en trokken onszelf naar boven, nu toch wat moeizamer en met opengesperde mond. De wind begon een extra factor te worden en haalde soms venijnig hard uit. Om 8u50 bereikten we samen de top, er was net een groep die aan de afdaling ging beginnen, dus de top was voor ons twee. Een emotioneel moment dat met een stevige handdruk en een welgemeende omhelzing bekroond werd. En dan was het genieten en foto’s nemen. Het zicht was fenomenaal in alle richtingen. We konden de noordgraat van de Weisshorn bijna aanraken. We zagen de Dom en Täschhorn, de Alphubel, Rimpfischhorn en Strahlhorn. Wat verder lag de indrukwekkende Monte Rosa en de Lyskamm. De Matterhorn konden we niet zien, die zat verscholen achter de Weisshorn. Verder naar het zuidwesten en westen waren de Dent Blanche en de Mont Blanc te zien en wat er nog allemaal tussenligt. In het noorden de Diablerets, de Wildhorn en de Wildstrubel en naar het noordwesten de Jungfrau, Mönch en de Finsteraarhorn met de Aletschgletsjer als toemaatje. Verder in het oosten waren heel wat wolken aanwezig die ons een verder zicht (nou ja, nog verder…) belemmerden.

Halverwege
De ijzige rukwinden zorgden ervoor dat we niet echt lang van onze top konden genieten en ook de gedachte dat we nu pas halfweg waren, deed ons snel aan de afdaling beginnen. We kruisten een 4-koppige touwgroep die het presteerde om tijdens de nacht om 1u20 in Zinal (1680m) te zijn vertrokken en zo in één ruk tot 4153m te klimmen, van echt gekkenwerk gesproken…
Het eerste stuk ging vlot en ongeveer recht naar beneden maar de vermoeidheid en een soort gevoel van 'we zijn er geraakt' maakten de benen al vlug zwaar aanvoelen.

Man met de hamer
Ik had op de top ook niet de moeite genomen om tussen het nemen van de talrijke foto’s iets te eten en dat kwam me nu duur te staan. Hoe verder we afdaalden, hoe dieper we ook in de sneeuw zakten, uiteindelijk regelmatig tot de knieën. Een ongelukkige spoorkeuze maakte het alleen maar moeilijker en verplichte me een stuk terug omhoog te klauteren naar een beter spoor met hardere sneeuwcondities. De vermoeidheid en de 'man met de hamer' was nu dermate aanwezig dat ik op mijn knieën naar dat andere spoor ben gekropen. Gelukkig was de hut in zicht en konden we ons uiteindelijk moe maar voldaan neervlijen op één van de eerste rotseilandjes. Ik probeerde wat te eten en te drinken om zo vlug op krachten te komen maar dat viel toch tegen. Het was nu 11u, we waren 5u onderweg. Na het wisselen van de nodige boodschapjes met het thuisfront, deden we ons tegoed aan een ferme bol tomatensoep en een cola alvorens de verdere afdaling van nog eens bijna 1600m aan te vangen. De krachten kwamen terug en al gauw hadden we er opnieuw stevig de pas in. We blikten nog regelmatig achteruit en probeerden zo lang mogelijk de beelden vast te houden van deze onvergetelijke ervaring.

Met pijnlijk vermoeide voeten en dijspieren kwamen we om 16u in het dorp aan en konden we niet aan het Belgische bier weerstaan. Fysiek waren we intussen al voldoende hersteld en we besloten om nog met de wagen tot in Kandersteg te rijden. Die avond, neergeploft op het terras van een gezellig hotelletje, deden we ons tegoed aan een Braziliaanse steak terwijl de wolken steeds meer begonnen te dreigen en ons uiteindelijk naar binnen joegen met een striemende plensbui. We hadden wel echt geluk gehad met het weer.

De terugtocht was gezellig en niet druk en we genoten van de herinneringen, de eerste 4K staat op de palmares en het zal heus niet de laatste zijn. Bedankt Ronny!!

Meer inspiratie

Lees hier alle informatie over de vijf hoogste watervallen van de alpenlanden 

Ben je beniewd naar hoe je langer met je rugzak doet?

Verklein je voetafdruk

Lees ons nieuwste nummer. Nu te bestellen!

Ben jij benieuwd hoe je makkelijk de winter doorkomt?