Tour de Bernina deel 3: beklimming van de Piz Bernina

Zondag een week geleden zijn wij (Hans, Jan, Jordi en ik) in Italië aan gekomen, vervolgens hebben wij diverse inlooptochten gemaakt en een topje Pix Trovat 3145 m op hoogte beklommen (gelopen). Met een rusdag ertussen zijn wij eergisteren gestart met onze “Tour de Bernina”. Vanaf de camping met de auto naar het station Morteratsch, vervolgens bepakt en bezakt, lopen wij naar de Bovalhut. Daar het bergmassief Boval op en de overschrijding van de Boval over de Tschiervagletsjer naar einddoel Tschiervahut. Vanuit de Tschiervahut hebben de Piz Morteratsch beklommen. Zie verslagen “Tour de Bernina: Inlopen en acclimatisteren” en “Tour de Bernina: Boval en Piz Morteratsch”.

Zondag 15 juli
Niet lang geslapen. Het is 02:40 uur. Opstaan voor het ontbijt. Drie kwartier geleden stonden de eerste klimmers al op. Compleet aangekleed lagen ze in hun lakenzak. Het ontbijtje lopen ze mis. Die krijgen wij pas om drie uur. Hetzelfde ritueel van gisteren. Alleen Jordi, Hans en Jan nemen nu ook cornflakes in plaats van de betonbrei van gisteren. Hans heeft problemen met zijn hoofdlampje, het schakelaartje is defect. Met zijn zakmes probeert hij het aan te prutsen. En inderdaad dit gaat niet lukken. Hans moet maar in het midden gaan lopen en zich op het licht van ons richten. Het is een beetje spitsuur in de kelder en de toiletruimte. Nadat wij alles compleet hebben gemaakt en ik een laatste check uitgevoerd heb van mijn schoenen en rugzak, vertrekken wij 03:30 uur in het donker, achter het spoor van lichtjes aan. Wij zijn één van de laatste touwgroepen die in de richting van de Bernina vertrekken. Via de steenmannetjes, pijlen en andere aanwijzingen lopen wij op een morene pad. Hier en daar is het lastig; is het links, rechtsaf of gewoon omhoog?

Op een gegeven moment komt er iemand terug en passeert snel zonder rugzak. Hij moet iets vergeten zijn, het kan niet anders. Onderweg komen we een paar passages tegen waar een staalkabel of een ketting is gespannen. De kans is groot dat je bij die gedeeltes wegglijdt; het is nauwelijks één voetstap breed en bestaat uit los gruis. Direct daaronder een stijl wandje of een met gruis gevulde helling. De lichtjes dansen voor ons uit als een lichtketting. Van dichtbij tot ver. De dragers van de verste lichtjes moeten al bezig zijn met de instap van Col Fuorcla Prievlussa (3430 m), wat het eerst rotsobstakel en de graat voor de Bianco vormt. Op een gegeven moment is de route niet meer duidelijk. Groepen splitsen zich op. Linksom, omhoog of rechtsom verder over de vlakke morene. Uiteindelijk komen ze verderop weer bij elkaar. Even voor half zes komen wij bij de instap van de gletsjer, het ijsveld, aan. Daar houden wij een pauze en binden onze stijgijzer aan. Hier gaan wij kort aan het touw. Het schemert een beetje en het is druk met andere touwgroepen om ons heen. Hier begin ik wat meer gespannen te worden. Het gaat nu echt beginnen. Een kwartiertje later stappen wij op de firn. Van hier waaiert iedere touwgroep uit met zijn eigen route. Het doel in de verte is duidelijk: een smalle graatovergang van rots, sneeuw en ijs. Daar is onze volgende halte. Nadat ik nog een keer mijn veters in orde heb gemaakt, is het stijgen op het ijs geen probleem.

Van 3080 meter naar 3425 meter gaan we. Het laatste stukje omhoog is een pittige stijl stukje. Ik ben in ieder geval blij dat wij op het firnveld blijven in plaats van over de rotsen links van me. Dit gedeelte is o.a. onduidelijk in de omschrijving. Er hangen wat foto’s in de hut van do’s en dont's in de route. Bovenop de col gekomen is er al een prachtig uitzicht. Het is ondertussen licht geworden. Aan de ene kant de Morteratsch- en de andere kant de Tschiervagletsjer. Voor ons zijn twee touwgroepen zich aan het voorbereiden, de derde is met de eerste touwlengte bezig. Wij houden weer een pauze en ik bestudeer het eerste gedeelte van de route en kijk goed waar de haken zitten voorzover ik het volgen kan.
Wat gedachten flitsen door mijn hoofd. Verleden jaar moet hier Bram uit de rotsen gevallen zijn. Toen dacht ik nog, voorlopig geen Bernina. Dat mag ons nu niet gebeuren. Dan kost het maar wat meer tijd.

Wij besluiten zoveel mogelijk gewoon alles uit te zekeren. Zolang het nodig is of er haken zijn. Als de omstandigheden goed zijn, kunnen we verder aan kort touw. Een belangrijke tip heb ik van Elout meegekregen “als er in Zwitserland ergens haken zitten, gebruik ze dan ook, het is daar dan ook beslist noodzakelijk”. Ondertussen bereiden wij het touw voor en ik de benodigde setjes, bandschlinges en carabiners. De standplaats is in orde, de route is vrij en iedereen is bij de les. Er kan gestart worden met voorklimmen: 100% concentratie, de gedachten dwalen niet meer af. Dit is bekend werk; Ardennen, maar dan op grotere hoogte. De kop is er af en na het tweede setje loopt het gewoon op routine. Gedurende de eerste twee setjes was het erg glad met de combinatie van rotsen en sneeuw. Ik klim voorbij de 1e standplaats of wat er voor door moet gaan. En ik stop bij de tweede om de hoek. Het touwverloop loopt daardoor wel wat stugger. Mmm, volgende keer wat beter naar het touwverloop kijken in plaats van de maximale lengte doorstomen.
Na de tweede standplaats verdwijnen ook meer de tussenliggende haken. Niet veel later zijn er ook geen standplaats haken meer te vinden. Zelf geen roestige mephaken. Ja, ja mephaken zijn altijd beter dan niets. Wel te gebruiken in combinatie met een bandschlinge. Met het verdwijnen van de haken zouden wij kort aan het touw verder kunnen gaan. Op een of ander manier vond men het prettiger om de volle lengte van het touw uit te zekeren. Bij Jordi en Hans gaf dit een beter klimgevoel, hoewel het nog niet optimaal was. We gaan verder: omhoog, omlaag, hoog, links en rechts van de graat. Op een gegeven moment was er links onder ons een sneeuwveld te zien. Zo te zien liep er een spoor. Wij moeten een afslag of de afdaling naar de gletsjer hebben gemist. Terwijl we nog volop aanwijzingen tegen kwamen dat wij nog verder moesten klimmen. Aan het eind van een paar rotskammen kon je duidelijk zien hoe je op de sneeuw kon komen. Bij het abseilpunt aangekomen zitten wij in de laatste fase van deel één.

De Biancograat is deel twee. De Bernina is deel drie. Het touwverloop en het abseilen zelf loopt niet lekker. Het dubbeltouw van Hans kringelt veel en de handelingen gaan erg traag. Dit levert helaas wat vertraging op. Aan de voet van de Biancograat nemen wij onze lunchpauze. Het is een prachtige plek. De Tschiervahut is van hieruit goed te zien. En dan de Biancograat, die ligt er prachtig bij. Er zijn nog twee touwgroepen bezig. Tegen twaalven gaan wij weer verder. Kort aan het touw en in een lekker tempo stijgen wij, dan weer links dan weer rechts van de graat. Breed, smal en smaller is de route. Onderweg hebben we toch nog een fotosessie gehouden. Af en toe komt er een windvlaag. Wij duiken dan wat meer naar de sneeuwgrond toe en houden ons stil. Als het maar bij een paar windvlagen blijft en er geen storm opsteekt. Je weet het niet, de hemel is voorlopig strak blauw en wolkeloos. Eenmaal boven aan de Biancograat gekomen gaan wij verder met de aanloop naar de Piz Bianco.

In de verte zien we nog heel wat touwgroepen in de weer. Ik wil dat wij ons tempo gaan verhogen, zodat wij aansluiting krijgen met de groepen voor ons en zeker met de laatste. Je weet maar nooit waar dit goed voor is. En op deze manier kan ik beter inzien hoe het verdere verloop van de route gaat. Ik blijf voorklimmen. Jan zekert mij met halve HMS. Hans of Jordi bereiden het touwverloop voor. Met de deze handeling bereik ik, dat iedereen weet wat hij doen moet. Zekeren, klimmen, voorbereiden weer zekeren en vervolgens kan ik weer snel verder en tempo maken. De minuten en uren schieten voorbij. Bij Hans en Jordi raakt het niet ingesleten. Ik moet nu kort en bondig zijn met de aanwijzingen. En de boel blijven aanjagen anders blijven ze te veel uitpuffen en rond kijken. Ik leg uit, dat zij maar in de hut met mij ruzie moeten gaan maken, maar nu even niet. Wij moeten tempo maken, het weer wordt er plotseling ook niet beter op. Teruggaan en afdalen op de Biancograat is ook geen optie. Dit is niet te doen.

Het wordt koud en wij zitten in de wolken met af en toe weer een blauwe hemel. Ik kan niet zien of de wolken een lichte kleur blijven houden of dat het donkere wolken worden. Het stelt mij niet gerust. Vreemd vind ik het wel. Er was of er is geen slecht weer voorspeld. Ik wil niet net als verleden jaar op een graat vast zitten met onweer boven mijn kop. En zeker hier niet. Wij moeten nog een flink stuk voordat wij kunnen afdalen. Van tussenzekeringen leggen komt niets meer; er is gewoon niets. Ja, kleine rotspunten voor het vallen naar links of rechts. Maar naar boven toe, geen enkele punt. Dus ik loop de volledige touwlengte uit en maak zo goed als kwaad met één of twee bandschlinges stand. Voor de vakantie had ik nog één bandschlinge van 2.4 m gekocht en samen met die 1.8 m van Jordi komt het nu erg van pas. Jordi, Hans en Jan hebben al lang hun GoreTex jassen aangetrokken. Bij het abseilpunt gun ik mezelf de tijd om het ook maar te doen. Ik begin het toch behoorlijk koud te krijgen in mijn shirtje, windstopper en buffy outfit.
Daar bij het abseilpunt krijgen wij bijna aansluiting bij de laatste touwgroep. Weer kringelen de touwen. En er wordt wel degelijk goed opgebost. Wij denken dat we voor de top van de Bernina staan, maar achteraf was dit de Bianco. Een pittige ijzig stuk omhoog. Ook hier waren geen tussenzekeringen mogelijk. Met je stijgijzers en pickel was het te doen. Van een bomvaste stand bouwen was geen sprake. Een bandschlinge om een klein rotspuntje, that’s it.
Bovenaan kakt het tempo geheel in. Opsplitsen naar twee touwgroepen om sneller door te kunnen gaan, is geen optie. Ik kan Jan niet met Jordi of Hans laten klimmen. Geen van drieën heeft voorklimmers ervaring. Hans eigenlijk wel met een RK2 cursus van verleden jaar. Alleen hij heeft dit niet meer geoefend en voelt zich momenteel niet zeker genoeg. Verderop ligt de Bernina. Nog even een smalle zaagtandgraat over. Hoog, laag, hoog, laag, Bernina top: 4048m. De lol was er nu wel een beetje vanaf.

Geen Gipfelbuch ingevuld. Daarnaast had een klimmer nog een grote boodschap als dank achter gelaten? Bah. Geen foto’s gemaakt. (doen er wel meer niet). Alleen achteraf is het wel vreemd, dan is er wel wat aan de hand, wanneer ik geen foto’s meer maak. Het zij zo. Het is nu 19:00 uur en we hadden al lang in de hut moeten zijn. Nog even en dan begint het te schemeren. Een slok drinken en weer verder. Voor het donker moeten we op de gletsjer staan of liever in de hut zitten. Het koelt nog meer af. Trager dan traag kan niet meer. Er volgen nog veel meer graten, toppen, dalen. Omhoog, laag, hoog, laag. Er moet een punt komen dat wij op de gletsjer kunnen stappen. Om 21:00 uur belt Jan naar Mieke, die op de camping zit. Wij zien de hut, “nog een uurtje”, zegt Jan, maar wij weten beter. Het is nu donker geworden. Dit vergt nog meer concentratie en meer controle op het maken van de beveiligingen en het ombouwen naar abseilpunten. Bij het tweede abseil punt wil ik voor deze keer weer als eerste naar beneden. Kijken of ik de snelheid erin kan krijgen. Helaas, door mijn eigen frustratie kom ik erachter als de laatste man beneden staat dat mijn pickel nog boven is. Stom, stom, ik doe nog een poging om naar boven toe te prusikken. Na een paar meter geef ik het op. Het kost me te veel tijd en ik ben ook gewoon te moe. Ik kan een loopstok van Jan gebruiken als alternatief. Nu heb ik een reden om een mooie nieuwe lichte pickel te kopen in plaats van zo’n oude net nog geen gietijzeren versie. Zo gezegd en zo gedaan. Van een smal sneeuwpad gaat het langzaam over in een breed spoor. Het is flink uitgelopen en vertoont aardig wat slijtage. Slappe sneeuw met diepe voetstappen. Hier en daar begint het weer op te vriezen. Nu loop ik als vierde man in onze touwgroep en begin ik wat uitgewoond te raken. Jordi spoort en ik begin wat te ontspannen. De druk neemt wat af. Vanaf de instap aan één stuk door voorgeklommen. In de verte zien wij het licht van de Marco e Rosa-hut. Daar focussen wij nu op.

Het is heel prettig dat het eind in zicht komt en om weer op de gletsjer te lopen. Plotseling gaat het licht in de hut uit. Niets aan te doen, wij lopen in de juiste richting. Het zal nu wel Hütte-ruhe zijn. Na verloop van tijd komt het licht weer terug. Het begint wat bij ons te dagen. Wij lopen natuurlijk op een heuvelachtige gletsjer; het huttenlicht verdween gewoon achter een sneeuwheuvel. Gelukkig moeten wij de huttenwaard niet wakker maken als wij aankomen. Rond 23:30 uur staan wij voor de deur. Klimspullen uitdoen, touw opbergen. En naar binnen in een warme hut. Lekker schoenen uit, drinken, eten en slapen. Dat was te simpel gedacht. De huttenwaard was nog op, hij zat nog met het personeel de kas te controleren en aan de borrel. Hij was wel van plan om binnen 15 minuten te gaan slapen. Wij werden eerst in het Italiaans uitgefoeterd, waar wij mee bezig waren en dat hij geen slaapplek voor ons heeft, geen eten, enzovoort, enzovoort. Maar met wat uitleg dat wij gereserveerd hebben, onze excuus voor het laat binnenkomen en hoe de tocht was verlopen, verdween de boosheid een beetje en konden wij soep en thee krijgen.

Een kwartier later zaten wij daar dan met 2 liter soep en thee in een lege eetzaal. Langzaam verdwijnt de kou uit onze lijven. Kledingstukken stapelen zich op. Ik merk dat mijn rechter oog wazig is. Licht bevroren? Of vochttekort door de wind boven op de berg. Jan en Jordi kijken ernaar. Het ziet er niet raar uit. Van Jordi krijg ik oogdruppels. Voor dat ik ga slapen verbetert het al een beetje. Wij zien nog kans om nog 2 liter thee bij te bestellen. Tegen die tijd dat alles op is hebben zij voor ons op de 1e verdieping in de gang en op het trapbordes slaapmatten neergelegd. Half één plof ik neer. Jan dirigeert me naar de enige dikke slaapmatras die er is; ”dit heb je vandaag wel verdiend”. De anderen gaan op de overgebleven veel dunnere matjes slapen. Rugzak in de hoek van de gang neergezet, windstoppertje over mijn kussen, onder de dekens en ik zweef weg. Geen seconde denk ik erover na dat om 03:00 uur de eerste gasten de gang weer op kunnen stuiven voor het ontbijt en hun beklimming van de Bernina. Ik heb het warm, ik lig heerlijk, geen activiteiten meer en vooral het feit dat wij met elkaar veilig zijn aangekomen, geeft rust. En natuurlijk dat wij geen ruzie en discussie onderweg hebben gehad. Zelfs achteraf niet. Dat is top!

De tijdsduur van de tocht vanaf de Tschiervahut over de Biancograat en de Bernina naar de Marco e Rosa-hut verdient absoluut geen schoonheidsprijs. Wij hadden voor de Biancograat kunnen afbreken. Op dat moment hebben wij het niet gedaan; daar was geen aanleiding voor. Wij gingen gelijk op met de laatste. Het liep niet super snel maar het liep en het weer was in orde. Het had veel slechter gekund. Na de Biancograat viel het tegen; het tempo was veel te laag en over de gehele lengte van het laatste rots gedeelte naar de Morteratschgletsjer, was het voor ons gevoel en op de kaart veel korter. De weg terug gaan was niet mogelijk. In principe is teruggaan altijd beter dan doorgaan, maar het afdalen is een risicovolle onderneming op de Biancograat. De enige oplossing was de groep in tweeën opsplitsen en kort aan het touw gaan in plaats van volledig uitzekeren. Aan het laatste is de meeste tijd opgegaan. Kortom stof genoeg om over na te denken. Als actiepunt; vooraf meer als groep oefenen en kijken of iedereen op gelijk niveau zit.

Bronnen:
http://www.4000er.de/ Bernina

Meer inspiratie

Landen en gebieden: 

Profiteer nu: 1 jaar Bergen Magazine voor slechts €22,50 + 3 cadeaus!

Voor Bergwijzer.nl zoeken wij een enthousiaste stagiair voor de webreactie.