
Ararat, klimmen op de rand van Turkije
Eenzaam en donker torent hij boven het Anatolisch Hoogland uit: de mythische Ararat. Redacteur Welmoed Ubels reisde af naar het door vroegere conflicten getekende gebied rondom deze reus voor een avontuur van Bijbelse proporties.
Tekst en foto's: Welmoed Ubbels
Een warme wind komt aanwaaien over de dorre vlaktes rondom Van wanneer ik uit het vliegtuig stap. Het voelt alsof iemand een enorme föhn heeft aangezet die mijn haar in een mum van tijd in een pluizige bos stro verandert. Een zweetdruppel loopt tussen mijn schouderbladen naar beneden en heel even vraag ik me af waarom ik dit ook alweer doe. Het antwoord weet ik eigenlijk wel, realiseer ik me terwijl ik op zoek ga naar mijn duffel vol met donsjassen, thermokleding en warme handschoenen. Al sinds groep vijf, toen mijn leraar me vertelde dat meisjes geen bergbeklimmer konden worden, wordt mijn vuur aangewakkerd dat me al menig berg op heeft gejaagd.
Even later raas ik met een groep avonturiers over de snelweg naar ons hotel in Van, waar we een nacht kunnen bijkomen voordat we verder reizen naar Doğubeyazıt. Een immense Turkse vlag drukt een stempel op het uitzicht en in zelfs de kleinste dorpjes reiken minaretten naar de hemel, getooid met kransen van luidsprekers die het volk meermaals per dag oproepen tot gebed. Het meer van Van doet zijn best om wat kleur toe te voegen aan deze verder dorre wereld. Een spiegel in honderden tinten blauw van water dat zó zout is, dat het een glibberig laagje achterlaat op je huid als je erin zwemt. Geconcentreerd tuur ik naar de verre overkant van het meer, waar de contouren schemeren van nevelige bergen. De mythische Ararat laat zich nog niet zien, maar is alom aanwezig in onze gesprekken en gedachten.
Doğubeyazıt
Wanneer we de volgende dag doorreizen naar Doğubeyazıt – de uitvalsbasis voor de meeste Araratbeklimmingen – passeren we meerdere militaire posten met bewapende soldaten. Controles, wapperende vlaggen en op gegeven moment zelfs een groot spandoek met het hoofd van Erdog˘an erop: het Turkse regime is hier zó aanwezig dat het bijna provocerend aanvoelt. De vele Koerden die hier wonen, in dit grensgebied van Turkije, Armenië en Iran, hebben weinig op met de regering maar worden er continu aan herinnerd dat ze zich op Turks grondgebied bevinden. Het conflict is voelbaar, als een onzichtbare strijd die nog steeds voortwoekert in de bewoners van dit dorre land. Deze aanhoudende spanningen hebben er een aantal jaren voor gezorgd dat de Ararat, met zijn 5137 meter de hoogste berg van Turkije, gesloten was voor bezoekers. In 2019 werd de veiligheidssituatie in het gebied weer stabiel genoeg geacht en sindsdien trekt de berg jaarlijks tientallen expedities.
Onze expeditie, georganiseerd door Mountain Beat en begeleid door de immer vrolijke Joanne Wissink, is daar een van. Toch doet de sfeer in het busje me meer denken aan een schoolreisje, met vrolijk geklets, tetterende muziek en snacks die van hand tot hand worden doorgegeven. Tot plotseling de Ararat opdoemt en alle gesprekken doet verstommen. Als een reus rijst hij op uit het stoffige landschap, met donkere flanken, zwart bijna, en een verijsde top die zich in dreigend opbollende wolken hult. De aanblik jaagt een collectieve rilling door de inzittenden van de bus. Gaan we daar echt naar boven?
Gehavende auto’s en verborgen vrouwen
Voordat het zover is, staat er eerst een acclimatiesatiewandeling naar de top van de berg Zor (3190 m) op het programma. Onze gidsen Davud, Asle en Ozan staan de volgende ochtend al vroeg in de smalle straten van Doğubeyazıt op ons te wachten om ons met gehavende auto’s naar de berg te brengen. Ondanks het vroege tijdstip leeft het stadje al volop. Her en der worden verse waren uitgeladen, de terrassen zitten vol met theedrinkende mannen en jonge jongens scheuren op glimmende brommers door het geheel. Eén bevolkingsgroep mis ik echter in het straatbeeld. Op Asle, Joanne en ikzelf na schitteren de vrouwen door afwezigheid.
Even later speculeren Joanne en ik over het lot van deze verborgen vrouwen terwijl we ons krampachtig vasthouden aan de stoelen van Davuds gehavende bestelwagen. Vol gas stuiteren we over een hobbelige keienweg en zo nu en dan geeft Davud een slinger aan het stuur om weer een diepe kuil te ontwijken. Snelheidsbeperkingen zijn hier optioneel en strepen voor de sier. Davud rijdt zoals hij daar zin in heeft, enkel stoppend voor een grote kudde schapen die plotseling de weg blokkeert.

Gelukkig lijkt Davuds gidsstijl in niets op zijn rijgedrag. Als een treintje zigzaggen we gestaag omhoog over de flanken van de Zor die gehuld zijn in kruidige geuren. Wilde munt, tijm en kamille: Davud propt zijn zakken onderweg goed vol en vertelt me met glinsterende ogen dat hij nu weer thuis mag komen van zijn vrouw. Als ik hem vraag waar hij haar verstopt heeft, gebaart hij naar een vallei ten zuiden van Doğubeyazıt waar enkele gebouwtjes zich vastklampen aan de geelbruine berghellingen. In de diepte werpt een kudde geiten grote stofwolken op en een stuk verderop markeert een grote muur, getooid met grote rollen prikkeldraad, de grens met Iran. Waar je ook kijkt zie je littekens van conflict, van sluimerende spanningen die doordringen tot elke vezel van mijn lijf. Mijn nieuwsgierigheid worstelt met terughoudendheid, want hoe vrijuit kunnen de mensen hier eigenlijk spreken? Hoe het is om als Koerdisch gezin in dit gebied te leven krijg ik in ieder geval niet te horen van Davud, die me slechts een droevige glimlach schenkt als antwoord op mijn vraag.
Kamp 1
Dan is het moment aangebroken dat we naar de Ararat vertrekken. Pick-ups worden volgeladen met onze duffels en als een karavaan verplaatsen we ons naar de voet van de donkere reus. Op het punt waar de 4x4’s niet meer verder kunnen wordt de bagage overgeladen op paarden, die vervolgens uitzwermen over de berg. Zelf gaan we te voet verder naar kamp één: een soort minidorpje van koepeltentjes dat zich op pakweg 3400 meter hoogte bevindt. Omwille van acclimatisatie zullen we er twee nachten verblijven voordat we doorklimmen naar kamp twee en uiteindelijk, de top!

Terwijl het tentenkamp zich vult met etensgeuren uit de messtent ga ik naast Asle zitten op een grote kei aan de rand van het kamp. Met haar veelkleurige dreads is ze een vrolijke verschijning. Een soort baken van moderniteit in deze wereld waar de tijd lang stil lijkt te hebben gestaan. In moeizaam Engels vertelt ze me dat ze uit het westen van Turkije komt, waar de samenleving een stuk vooruitstrevender is dan hier. Naast haar werk op de Ararat klimt ze veel en deelt ze haar avonturen op sociale media, waarmee ze jonge vrouwen hoopt te inspireren om ook hun dromen na te jagen.
“Maar het is niet altijd makkelijk”, mompelt ze, terwijl ze afwezig prutst met haar dreads. In stilte wisselen we een blik van herkenning. De weg naar de top bevat voor vrouwen veel meer drempels dan voor mannen, maar hier zitten we dan toch. Zij aan zij, zwijgend genietend van de ondergaande zon die de wereld in duizend tinten goud hult.
Helaas zal ik niet samen met Asle op de top van de Ararat staan, want anderhalve dag later haast ze zich met twee deelnemers naar beneden. Onderweg naar kamp twee, op 4200 meter, beginnen ze symptomen van hoogteziekte te ontwikkelen en dan zit er maar één ding op: afdalen. De rest van de groep dwaalt wat rusteloos door het kamp, dat aanvoelt als een minuscule samenleving op de maan. Felgekleurde tentjes zijn tegen de zwarte bergwand aangeplakt en een hardnekkige wolkenlaag ontneemt ons het zicht op de rest van de wereld. Al snel vlucht iedereen zijn warme slaapzak in, verlangend naar een paar uurtjes slaap voordat we om half twee ’s nachts aan onze toppoging zullen beginnen.
IJzige reus
Het is ijs- en ijskoud wanneer ik in het holst van de nacht uit mijn wild klapperende tent kruip. Met tegenzin werk ik wat flatbread met jam naar binnen voordat we bij het licht van onze hoofdlampjes beginnen met klimmen. De komende uren is die kleine lichtbundel onze hele wereld, is ons hele bestaan gecomprimeerd tot dat kleine plasje licht. Heel even denk ik dat ik een brok amethist zie maar dan realiseer ik me dat het een bosje paarse bloemetjes is, gevangen onder een flonkerend laagje ijs. Alles lijkt te glinsteren in deze onstuimige nacht. Het ijs, de stenen en de glasheldere hemel boven ons hoofd.

De wind blijft aanwakkeren en onze pauzes zijn kort en koud. Als ik achteromkijk, zie ik meerdere lichtslangen tegen de berg op kruipen. De zuurstofarme lucht dwingt zelfs de fitste atleet tot een slakkengang en de hele groep worstelt om zijn ene voet voor de andere te krijgen. Zelf ben ik bijna opgelucht wanneer we stoppen om onze stijgijzers aan te doen, want dat betekent dat de top in zicht komt en het terrein vlakker wordt. Toch is het laatste stuk allesbehalve makkelijk. De wind speelt gemene spelletjes met mijn evenwicht, alsof de berg me eigenhandig naar beneden probeert te duwen. Heel even ben ik bang dat deze reus toch te machtig voor me is, maar dan verschijnt Joanne die sporen trekt voor het groepje achter haar. Ze herinnert me aan alle vrouwen die mij al voor zijn geweest, en aan alle die nog in mijn voetsporen zullen treden. Mijn vuur laait weer op en vastberaden ploeter ik verder. Stapje voor stapje. Totdat de aarde wegvalt en er geen hoger meer is.

Dit artikel verscheen eerder in Bergen Magazine nummer 5 van 2025
Over de Ararat
De berg Ararat (5137 m) bevindt zich in het uiterste oosten van Turkije, tussen de provincies Ağrı en Iğdır en tegen de grens met Armenië en Iran. De slapende vulkaan is de hoogste berg van Turkije en de enige berg in het land met een permanente ijskapgletsjer. Volgens vele gelovigen is de Ararat tevens de rustplaats van de Ark van Noach.
Beste periode
Deze expeditie werd georganiseerd door Mountain Beat. Mountain Beat organiseert jaarlijks expedities naar de top van de Ararat van juni tot en met september.
Vervoer
Vliegen van Istanboel naar Van en dan over de weg verder naar Doğubeyazıt.
Vergunning
Voor het beklimmen van de Ararat is een vergunning vereist. Buitenlandse klimmers moeten verplicht begeleid worden door een lokale gids.
Slapen
Tijdens de expeditie verbleven we in twee tentenkampen op de berg. Voor en na de expeditie sliepen we in het Tehran Boutique Hotel in Doğubeyazıt.
Gezondheid
Een zeer goede conditie is noodzakelijk. Tijdens deze beklimming kun je hoogteziekte krijgen. Neem eerst contact op met je huisarts voordat je dergelijke beklimmingen onderneemt.












