De eerste keer op de Tafelberg

Daar stond ik dan in de binnenlanden van Suriname, omringt door een twintigtal vreemden die ik 4 uur geleden voor het eerst had ontmoet. Op weg naar de Tafelberg, gelegen in het prachtig natuurreservaat de Tafelberg genaamd.  Gelukkig had ik mijn vriendin de dag voor mijn vertrek naar het regenwoud weten over te halen gezellig met mij mee te reizen. Volgens haar vocabulaire was de definitie van gezellig nou niet echt een tas vol muskietenmelk, tekentangen, antigif en ga zo maar door. Auteur: Ingrid WimpelIk heb haar hemel en aarde moeten beloven, waardoor de rekening ongetwijfeld hoog uit zou vallen. Maar daar kon ik me op dat moment niet druk om maken, te opgewonden over het feit dat ze eindelijk had toegezegd. Deze tijd van afzondering, weg van mobieltjes, e-mail, prestatiedruk en de zoektocht naar de ware die niets anders opleverde dan frustratie, had ik nodig. Tijd om alles achter te laten en te leren kijken naar al het moois dat moeder natuur te bieden had. Toch waren de gedachten van loslaten niet zonder slag of stoot uitvoerbaar geweest. ‘Inge, hoe kunnen we onze mobieltjes nu in de stad achterlaten?’, vroeg Joan terwijl ze me op een gefrustreerde blik trakteerde. ‘Stel je nu eens voor, stel je voor dat er iets gebeurt daar in dat oerwoud. Wie gaat ons vinden als we geen S.O.S. kunnen versturen?’ ‘Wat kan ons nu gebeuren? We hebben een gids die het oerwoud nog beter kent dan zijn eigen broekzak.’ ‘Jij kent onze gids dus goed? Jullie zijn vrienden van elkaar of zo?’ Joan probeerde lollig te doen, maar ik moest toegeven dat ze een punt had. Ik was nog nooit zonder mobiel geweest. En ik kon me ook helemaal geen dag, nou eigenlijk geen uur zonder dat apparaatje voorstellen. Toch wilde ik niet toegeven aan die afhankelijkheid van technologie. Ik kon alleen maar hopen op de aanwezigheid van enige kennis van het binnenland, haar inwoners inclusief de wilde dieren en professionaliteit van zijn kant. De buschauffeur had ons midden in een dichtbegroeide groene cocon van hoge bomen die oneindig leken en een kleurrijke en vrolijke menigte van boslandcreolen afgezet. Hij had beloofd dat onze gids zich binnen een uur bij ons zou voegen. De groep keek de bus met ingehouden adem na terwijl hij rechtsomkeer maakte om aan zijn lange reis terug naar de stad te beginnen. Die kleurrijke massa om ons heen kwam langzaam in beweging en lachte ons met knikkende hoofden vriendelijk toe. Hun vorm van reddingsmissie na het zien van de pure wanhoop en angst in onze ogen. Ze spraken een soort van dialect die jammer genoeg niemand in de groep verstond. ‘Joan, heb jij de gegevens van de reisorganisatie? Ik ga kijken of er iets meer staat over onze gids dan zijn naam.’ Joan begon in haar rugzak te rommelen en haalde daar een rood plastic mapje uit. Extra bescherming tegen alle vocht en natte ongemakken die ons nog te wachten stonden. ‘Hier staat dat hij Charles heet en dat hij hier rond een uur of 10 zal zijn om ons te begroeten.’ ‘En?’, vroeg ik ongeduldig. ‘En wat? Er staat alleen nog een mobiel nummer waarop hij te bereiken is.’ Ik negeerde Joan haar ‘had ik dit niet voorspeld blik’ en keek snel op mijn horloge. ‘Dat is over een half uur. Laten we net als de rest van de groep even rondneuzen. Misschien dat we wat leuke handgemaakte souvenirs kunnen scoren. Toch?’ Ik kreeg geen woord meer uit Joan. Nog geen 10 minuten daarna kwam een man van rond de 40, zeer gespierd, gekleed in een kaki bermuda en een beige shirt vlot onze kant opgelopen. De opluchting in de groep was hoorbaar. Iedereen, ook Joan en ik, waren blij om Charles in levende lijve te zien. ‘Welkom allemaal. Als jullie er klaar voor zijn gaan we meteen aan onze wandeling beginnen.’ Tijdens de wandeling vertelde hij veel over de wetten die heersten in de jungle. Respect voor alles wat leeft was zijn belangrijkste boodschap. Voor we aan de eerste deel van onze klim begonnen hoorde ik een raar geluid die ik niet meteen kon plaatsen. Maar het had toch wel iets herkenbaars.‘Gelukkig! Joan, we zijn bereikbaar!’, gilde ik iets luider dan mijn bedoeling was toen ik het mobieltje van Charles zag. De glimlach van Joan reikte van oor tot oor. Charles verbrak de verbinding en richtte zich weer tot de groep.  ‘Wie een mobieltje bij zich heeft kan het nu maar beter uitzetten want hoe hoger we klimmen, des te slechter zal het bereik worden. Zonde van je accu.’ Hij keek me aan alsof hij wist dat hij specifiek mij nu gerust moest stellen. ‘Maar ik kan jullie verzekeren dat als er iets gebeurt, onze medewerkers deze groep binnen afzienbare tijd zullen weten te traceren. Ik heb een rugtas vol hulpmidden, zoals vuurpijlen en andere hulpmiddelen.’ Ik was gerustgesteld en Joan en ik hebben tot de laatste minuut met volle teugen genoten van de reis naar de top van de Tafelberg.

Deze reportage is een van de inzendingen voor de Patagonia - schrijfwedstrijd

Meer inspiratie

Landen en gebieden: 

Ben je beniewd naar hoe je langer met je rugzak doet?

Lees hier een stukje berg geschiedenis