wandelen dolomieten

Van zilvermijn tot ijsmeer en aperitief aan het water

Tussen de Dolomieten en het Gardameer zijn er valleien waar je niet hoeft te kiezen tussen een vakantie aan het water of in de bergen. Vlakbij de stad Trento ligt de vallei Valsugana met het ongerepte Lagoraigebergte en de meren van Levico en Caldonazzo. Als je een dag niet wilt pootje baden of watersporten, kun je in deze omgeving naar hartelust wandelen.

Tekst Sytske Maaijen

Er is een aantal klassiekers zoals de wandeling naar Pizzo di Levico. Vanaf de Vezzena-hoogvlakte wandel je langs forten naar boven waar je vanaf een hangend terras een schitterend uitzicht hebt op beide meren en de omringende Alpen en Dolomieten. Of naar de top van de Panarotta boven Levico Terme waar je ook overblijfselen uit de Eerste Wereldoorlog zult tegenkomen.

Betoverende vallei

Minder bekend is het nabij gelegen Valle dei Mocheni of Fersental, ook Bernstol genaamd. Een vallei met een heel eigen verhaal dat start bij het stadje Pergine Valsugana en zich richting het noorden uitstrekt. De Oostenrijkse schrijver Robert Musil vondt het begin vorige eeuw “een betoverende vallei” en die woorden zie je dan ook als begroeting zodra je het dal binnenkomt. Centraal loopt de rivier Fersina met aan beide zijden een weg. Voor fietsers een mooi rondje naar boven om vervolgens bij Palù del Fersina via de andere zijde terug te keren. De Mocheni of de Bernstoler, zoals ze zichzelf noemen, zijn de originele bewoners. Rond het jaar 1000 werden verschillende bevolkingsgroepen vanuit omringende Duitstalige gebieden naar de streek gehaald om land te ontbossen en geschikt te maken voor landbouw en veeteelt. Deze activiteiten, in combinatie met de melkproductie en houtbewerking, maakten dat er een sterke economie ontstond. De boerenbedrijven met fraaie houten gebouwen waren onafhankelijk en zo kon de bevolking zijn traditionele gebruiken, klederdracht en taal behouden.

Rond de vijftiende eeuw kwamen er vervolgens talrijke Duitse mijnwerkers, Canopi of ook Knoppn genaamd, naar de streek omdat er in de bodem koper, ijzer en zilver was ontdekt. Zij hadden meer kennis en ervaring, maar echt integreren deden zij niet met de lokale bewoners al heeft hun aanwezigheid de Duitse invloeden zonder twijfel versterkt. Het delven van de mineralen kwam in de zeventiende eeuw tot een einde en tegenwoordig is de mijn met een gids te bezichtigen. De identiteit van de betoverende vallei is echter niet verloren gegaan en blijft voortbestaan in festiviteiten, tradities evenals in de taal. Het Mocheni-dialect is inmiddels officieel erkend en wordt op kleuter- en lagere school onderwezen.

Lago Erdemolo oftewel het ‘ijsmeertje’

Het is absoluut de moeite waard door het dal langs de kleine dorpen en fraaie boerderijen te wandelen. Of om de rivier Fersina te volgen vanaf Canezza richting Sant Orsola waar tevens een oude zagerij te zien is. Maar ga ook zeker de hoogte in richting het Lagoraigebergte en dan in het bijzonder de wandeling naar het ‘ijsmeertje’  Lago Erdemolo of richting de berghut Sette Selle. Parkeer bij het plaatsje Vrottn op 1500 meter hoogte (betaalautomaten) en loop vanaf hier via routenummer 325 omhoog. De route gaat langs een waterval, over weides vol bloemen en door bossen totdat je op 2014 meter voor een verrassing komt te staan. Zeker na een sneeuwrijke winter is dit hartvormige meertje een niet te missen bestemming. Het is bovendien het startpunt van de rivier Fersina die bij Trento in de Adige uitmondt. De hut naast het bergmeer is helaas gesloten dus neem eten en drinken mee om te pauzeren aan het water. De wandeling duurt in totaal zo’n drie uur en is ook met kinderen prima te doen. Hij kan worden gecombineerd met een bezoek aan de mijn Gruab va Hardimbl die langs de route ligt (rondleidingen met gids).

Rifugio Sette Selle

Vanaf Lago Erdemolo is het mogelijk door te lopen naar de berghut Sette Selle over wandelpad 324 en dan over 343 terug naar het startpunt te wandelen. In dit geval wordt het een ronde van ongeveer 5 uur met circa 750 hoogtemeters. Tussen Lago Erdemolo en de hut is het pad soms wat smaller, maar nooit echt moeilijk. Een andere optie is wederom bij Vrottn te starten en direct wandelpad 343 te nemen om rechtstreeks naar deze fraaie berghut te lopen, die op 2014 meter hoogte in het ongerepte Lagoraigebergte ligt en vanaf half juni tot eind september open is. Terug aan het Caldonazzo- of Levicomeer kun je dan nog een duik nemen in het aangename, heldere water en onder het genot van een welverdiend aperitief te genieten van de ondergaande de omringende bergen verlicht. 

Meer inspiratie

Benieuwd hoe jouw schoenen langer mee kunnen gaan?

Edelweiss

Lees ons nieuwste nummer. Nu te bestellen!

Lees hier hoe je je perfect kan voorbereiding op je bergwandeling

Monte Bianco di Courmayeur

Bijvoorbeeld de hoogste bergen van Italië?