Home » Blogs

Bergridders

15 mei, 2010 - 00:00 - Jonathan Vandevoorde

Rotsklimmen is nooit echt mijn ding geweest. Als klein kind al voelde ik mij aangetrokken tot de wereld van sneeuw en ijs in het hooggebergte. Dat moet begonnen zijn tijdens die vakantie in Frankrijk toen ik de Mer de Glace boven Chamonix voor het eerst zag. Het spektakel kwam op mij over als een hemelsgroot schilderij, een doek dat een doorgang naar een andere wereld verborgen hield, immens groot en vol gevaren.

Onderweg, in het treintje naar het uitzichtpunt, had ik de hele tijd naar de gebruinde bergbeklimmers zitten staren. Zij waren mijn helden, de ontdekkingsreizigers uit mijn kindertijd, en gingen waar niemand anders durfde te komen. Ze waren gewapend met een luid kletterende klimuitrusting om de boze bergen van sneeuw en ijs te lijf te gaan.

Dat ontzag voor die bergridders heb ik mijn hele leven lang gehouden. Rotsklimmers daarentegen waren watjes. Die waren gewoon zo bang van de hoge bergen dat ze liever vlak boven het dal bleven hangen, vond ik zo. Van alpinisme heb ik ondertussen meermaals geproefd, maar aan rotsklimmen heb ik mij nooit gewaagd. Niet stoer genoeg misschien.

Tot vorig jaar het bureau voor toerisme van Ramsau am Dachstein mij uitnodigde om onder begeleiding de top van de Hoher Dachstein te beklimmen via een, naar verluidt, gemakkelijke via ferrata. Ik was er op vakantie en had niet zoveel zin in uitsloverij, maar als hoofdredacteur van een bergenblad moet ik alles minstens één keer geprobeerd hebben. De techniek van het rotsklimmen – en de nodige spierkracht – heb ik echter nooit ontwikkeld. Moest ik echt?

“Maar dit is het mekka van het klettersteigen in Oostenrijk!”, zei de directeur van het bureau toen hij persoonlijk op mij kwam inpraten in het hotelletje waar ik verbleef. De klimroute naar de Dachstein is al in 1843 aangelegd en is daarmee, voor zover bekend, de oudste via ferrata in de Alpen. Dit was Heilige Rots.

Ach waarom ook niet? Via ferrata’s zijn de hype van het decennium, en met een gezonde dosis wantrouwen nam ik de uitnodiging aan. Gelukkig ligt er boven op het Dachsteinplateau een aardige gletsjer, een goedmaker. Ik zou eerst een stuk over een goed begaanbaar sneeuwveld lopen en een bescheiden randspleet moeten overbruggen alvorens mezelf tegen de rots te gaan plakken. Mocht ik mijn klettersteigdoop maar niets vinden, dan heb ik dat beetje échte alpinisme in ieder geval mooi gehad. En stel dat ik het wel leuk vind, dan heb ik echt een probleem, bedacht ik. Want voor nog een nieuwe hobby erbij heb ik echt geen tijd in deze fase van mijn leven.

Daarboven, die ochtend, op de warme kalksteen van de Dachstein, kreeg ik dus een probleem, en wat voor een. Ik vond het geweldig! Wat een kick om, ondanks de zekerheid van een klettersteigset en de staalkabel, greep na greep langzaam een weg naar boven te zoeken op een rotsberg die er, van beneden af gezien, als een onneembare burcht uit ziet.

De start van de klim was overigens niet zo eenvoudig, want waar was het begin van die route nou gebleven? “Daarboven”, zei de gids en hij wees naar een bronzen plakkaat dat tien, twaalf meter hoger in de rots geschroefd zat. “Vroeger kwam het ijs van de gletsjer tot daar.” Nu, met dank aan de klimaatverandering, moest ik er zonder de hulp van treden of staalkabel zien te geraken, op een rots die in mijn ogen loodrecht uit de sneeuw naar de hemel oprees.

Tot overmaat van ramp trok de hemel dicht en zag ik zelfs het bordje niet meer. Heel even maakte de twijfel zich van mij meester. Hoe kom ik hier in godsnaam omhoog? Vlak voor mij klommen een omaatje en haar vriendin de wand in. Ze hadden een negenjarige jongen mee op sleeptouw genomen – de kleinzoon van de ene, zo bleek – voor een gezellige familiepicknick op de top van deze bijna-drieduizender. “Daar boven schijnt het zonnetje”, hadden ze mij verzekerd.
Als zij dit kunnen, dan ik ook, dacht ik. Ik herpakte me en hees mezelf naar boven. En zo klom ik dwars door de wolken, als een koene bergridder, naar het Dak van Steen.

“Reasons for mountaineering are as varied as the participants and largely subjective … To the unhooked it is just damn silly – but so is stamp collecting, sailing, or any activity done for pleasure." (Dr. Hamish Macmillan Brown)

afbeelding van Jonathan Vandevoorde

Jonathan Vandevoorde is hoofdredacteur van Bergen Magazine en is gediplomeerd bergwandelgids, freelance reisjournalist en -fotograaf. Hij is getrouwd en heeft twee berggeiten.

Meer inspiratie

Profiteer nu: 1 jaar Bergen Magazine voor slechts €22,50 + 3 cadeaus!

Voor Bergwijzer.nl zoeken wij een enthousiaste stagiair voor de webreactie.