Bergredteam

Drie van de meest spannende bergreddingsverhalen

Bergbeklimmen is natuurlijk niet zonder gevaar en het komt geregeld voor dat reddingsteams erop uit moeten trekken om gestrande bergbeklimmers te helpen. En dat levert soms bloedstollende, spannende en bijzondere verhalen op. We hebben drie van zulke verhalen op een rijtje gezet.

Hoger dan mogelijk

De Nepalees-Canadese bergbeklimmer Sudarshan Gautam werd in 2013 de eerste persoon die zonder armen te top van de Mount Everest wist te bereiken, zonder daarbij gebruik te maken van protheses. Sudarshan verloor op zijn veertiende beide armen tijdens een ongeluk waarbij hij tijdens vliegeren een hoogspanningskabel raakte. Maar zoals zijn beklimming van de Mount Everest laat zien, houdt Sudarshans handicap hem niet tegen om zijn doelen te behalen.

Echter, nadat hij de top van ’s werelds hoogste bergbereikt had, raakte Sudarshan tijdens de afdaling van de berg extreem uitgeput en uitgedroogd. Hij strandde vlakbij kamp 3, op ongeveer 7.000 meter hoogte. Een reddingsactie moest ingezet worden.

De Italiaanse alpinisten en bergredders Maurizio Folini, Simone Moro en Armin Senoner moesten deze gevaarlijke taak uitvoeren. “Toen ik voor het eerst de hoogte hoorde dacht ik dat het onmogelijk was,” liet Simone Moro weten. “De eerdere hoogste [reddingsactie] kwam hier niet eens in de buurt van. Het technische limiet van de helikopter zit op 7.000 meter hoogte en als je daarboven komt en er gaat iets mis, dan betaalt de verzekering je niets uit. Uiteindelijk besloot ik het toch te proberen.”

Om de helikopter zo licht mogelijk te maken zodat hij kon blijven vliegen in de ijle lucht op 7.000 meter hoog, haalde het team alle deuren en stoelen uit het toestel en werd de tank met zo min mogelijk kerosine gevuld. Zelfs met dit lichte gewicht kon Moro het slechts voor elkaar krijgen om 30 seconden te blijven zweven boven de plek waar Sudarshan gestrand was. Dat was gelukkig net genoeg tijd om hem in de helikopter te krijgen en weer mee terug te nemen naar het basiskamp.

tweeëntwintig uur gestand op de Mount Stuart

In 2011 besloten Miles Mcdonough en een vriend Mount Stuart te beklimmen. Alles ging goed totdat Mcdonough op een loszittend rotsblok stapte. Het rotsblok brak los en Mcdonough tuimelde twintig meter naar beneden. Hierbij liep hij flinke verwondingen op.

Zijn klimpartner kon hem vanwege het moeilijke terrein en een beschadigd touw niet bereiken. Hij wist nog wel zijn tas de berg af te laten schuiven richting Mcdonough, die tijdens zijn val zijn eigen tas kwijt geraakt was. Zonder touw, voorraad of mobiele telefoon besloot de klimpartner zijn afdaling voort te zetten om hulp te halen.

Ongeveer vijf uur na het ongeluk vond hij een andere groep klimmers waarvan hij de telefoon kon gebruiken. De reddingsactie kon nu eindelijk op touw gezet worden. Ondertussen had Mcdonough hoog op de berg geen idee of zijn partner het gehaald had en of hij zijn eigen ongeluk zou overleven. Mcdonough: ‘Ik wist dat mijn klimpartner in zijn eentje de afdaling aan het maken was. Ik was ontzettend bezorgd om hem, of hij het wel zou halen.'

Na acht uur verscheen er eindelijk een verkenningshelikopter aan de horizon. Mcdonough wist nu dat zijn partner het gehaald had en dat hulp onderweg was. Hij zou echter nog een koude nacht alleen en met intense pijn moeten doorstaan. Pas veertien uur na het ongeluk zou de reddingshelikopter Mcdonough bereiken en kon hij met een speciaal harnas uit zijn benarde positie worden opgehesen. “Ik had mijn schouderblad verbrijzeld, vijf ribben gebroken, een klaplong opgelopen en in had een diepe snee in mijn scheenbeen. Al deze verwondingen genazen na een paar maanden, maar toen werd pas de echte schade duidelijk.” Door een zenuwbeschadiging kon Mcdonough zijn rechterarm niet meer gebruiken. Na een zenuwtransplantatie en veel revalideren, heeft hij inmiddels weer bijna de volledige controle over zijn arm terug.

De zekering die vijf levens redde

Misschien wel het bekendste verhaal over een bergreddingsactie is dat van Pete Schoening en zijn team. In 1953 besloten hij en zes andere Amerikaanse bergbeklimmers de K2 te beklimmen. Op 7.600 meter hoogte kwam het team in een storm terecht en raakte één van de klimmers, Art Gilkey, in de problemen toen hij inzakte als gevolg van een longembolie.

Ondanks dat het een zeer groot risico was om de uitgeschakelde Gilkey tijdens een storm van de berg af te krijgen, besloot het team dit alsnog te proberen. Ze wikkelden hem in zijn slaapzak en maakten deze vast aan een touw. Maar, tijdens de afdaling raakte iemand zijn grip kwijt en gleed uit. De klimmer raakte in vrije val en zijn touw was verstrikt geraakt met dat van de anderen, waardoor deze meegesleept werden in zijn val.

Schoening was achterop geraakt met Gilkey. Zij werden als enige niet meegesleept. Hij wist net op tijd zijn pikhouwel vast ze zetten in de rostwand, waarna hij aan het touw van zijn teamgenoten trok. Hierdoor wist hij de val van de vijf anderen te stoppen.

Uiteindelijk zou Gilkey zijn longembolie helaas niet overleven. Een herdenkingsmonument in het basiskamp aan de voet van de K2 werd opgericht ter herdenking van hem en alle andere mensen die tijdens het klimmen hun leven verloren. Desondanks werd Schoening door zijn acties als held onthaald. 

 

Meer inspiratie

Landen en gebieden: 

Bergsport: 

Profiteer nu: 1 jaar Bergen Magazine vanaf € 17,95 + Waardebon (twv € 25,-) 

Voor Bergwijzer.nl zoeken wij een enthousiaste stagiair voor de webredactie.