
Ski Mountaineering, een nieuwe Olympische wintersport
Voor de Olympische Winterspelen die vandaag beginnen, staat er een nieuwe sport op het programma. Ski Mountaineering, ook bekend als ‘skimo’ is nu officieel een Olympische sport.
Ski Mountaineering kennen we vooral onder de naam toerskiën. Oftewel, op ski’s omhoog, en waar mogelijk weer glijdend naar beneden. Maar waar we toerskiën vooral kennen als wintersport voor lange dagen in de sneeuw buiten de gebaande paden, ziet de Olympische wedstrijdvariant er wel wat anders uit.
De atleten leggen namelijk een vast parcours af in ruig bergachtig terrein. Bij het parcours hoort een beklimming, waardoor de stijgvellen onder de ski’s moeten, maar bij het parcours horen ook trappen. Dan moeten de ski’s dus even af. Voor de afdaling moeten de stijgvellen weer van de ski’s af.
Hier wordt alles nog even uitgelegd:
Binnen skimo bestaan meerdere wedstrijdvarianten. De sprintrace bestaat uit een klim en een afdaling en begint met tijdritten, waarna de atleten worden ingedeeld in groepen van zes. Bij de gemengde estafette wisselen teams van één man en één vrouw elkaar af over vier rondes — twee beklimmingen en twee afdalingen — op een langer parcours (met een hoogteverschil van 140 meter, tegenover 70 meter bij de sprint).
Tijdens de Olympische spelen in Milaan Cortina komen er geen Nederlanders uit op het onderdeel Skimo, maar België vaardigt met Hanne Desmet en Maximilien Drion wél twee atleten af.
Hoewel skimo gepresenteerd wordt als nieuwe sport, is de sport niet helemaal nieuw. Tijdens de Winterspelen in Chamonix in 1924 stond de sport ook al op het programma, maar dat was tot nu toe de enige keer.












