Bert Vonk met op de achtergrond de Matterhorn

De eerste bergbeklimming van Bert Vonk

Bert Vonk met op de achtergrond de MatterhornBert Vonk is gepensioneerd, maar nog wel redacteur van Bergen Magazine en is graag in de bergen samen met zijn vrouw Marjorie. Zij is al meer dan 30 jaar zijn trouwste bergkameraad.

Sinds zijn elfde komt Bert in de bergen en sindsdien is hij daar minimaal 1x per jaar te vinden en daar heeft hij al veel meegemaakt.

Wat herinner je je nog van je eerste bergwandeling?

Mijn eerste echte bergtop was de Poncione di Trosa (1869 m) boven Locarno aan het Lago Maggiore, die ik samen met m’n moeder en zus beklom vanaf het stoeltjesliftstation van de Cimetta. Mijn vader was dol op Zwitserland maar niet op stijgen, dus hij bleef cappuccino drinken in het bergrestaurant. Ik was elf jaar en voelde me apetrots toen ik boven was, ook al was het maar een klimmetje van ruim 300 meter. Ik herinner me vooral het prachtige uitzicht van die top op de Walliser Alpen en ’s nachts droomde ik er van om ooit nog eens op die mooie witbesneeuwde bergen te staan. Die droom heb ik in mijn studentenjaren ook kunnen verwezenlijken.

Bert Vonk tijdens een van zijn vele tochten in de bergen

 

Wat is je meest bijzondere beklimming geweest?

Moeilijk, want in mijn lange klimloopbaan heb ik toch wel een redelijk aantal tochten gemaakt die om uiteenlopende redenen diepe indruk op mij gemaakt hebben. Toch springt de beklimming van de Täschhorn Teufelsgrat er nog steeds uit. De Teufelsgrat is een prachtige lange rotsgraat op één van de hoogste bergen van Zwitserland en een zware rotsklimtocht met lange aanloop en een nog langere afdaling. Toen mijn klimmaat Hans Bruijntjes en ik eraan begonnen waren we niet helemaal gerust op de goede afloop. We hadden een uitgebreide uitrusting meegesjouwd om comfortabel te kunnen bivakkeren. De eerste nacht op 3000 meter aan de voet van de berg sliepen we zo lekker dat we veel te laat wakker werden. Maar het weer leek zo stabiel, dat we toch maar op pad zijn gegaan. Na een lange klim over eindeloos veel rotstorentjes kwamen we om 7 uur ’s avonds aan op de top, te laat om nog af te dalen. Dus hebben we daar, op 4500 meter hoogte overnacht en konden uitgebreid genieten van het spel van de oplossende rozerode wolken in de ondergaande zon. De volgende dag waren we pas laat in de middag weer in het dal. Die twee volle dagen met een goede kameraad in de grandioze eenzame bergnatuur hebben bij mij een onuitwisbare indruk achtergelaten.

Met wie ga je meestal de bergen in?

Ik ga tegenwoordig bijna altijd met mijn vrouw Marjorie op pad. Ik vind het heel fijn dat wij dezelfde passie hebben; in de eerste plaats omdat je dan die intensieve belevenissen met je levenspartner kunt delen en in de tweede plaats: als je zo vaak met elkaar op pad bent leer je elkaars sterke en zwakke kanten goed kennen en kunt daar ook rekening mee houden. Zo word je een hecht team. Marjorie zei aan het begin van een trektocht wel eens tegen mij: ik wil een tweede boek meenemen, ik draag het zelf. Dan was mijn reactie altijd: maar voor ons als team betekent dat toch wel meer gewicht. Tegenwoordig neemt zij een dwarsligger mee en ik een e-reader, dus ook dat probleem hebben we opgelost.

Bert Vonk aan een touw aan een bergwand

Wat vind je het leukste aan bergbeklimmen?

Het leukste van bergbeklimmen vind ik dat het zo veelzijdig is. De puur fysieke beleving en de techniek van het rotsklimmen. De concentratie die je tijdens het klimmen moet opbrengen, vooral als je als eerste aan het touw gaat. Het thuis plannen maken met gidsjes en kaarten. Lekker de hele dag actief buiten zijn in de prachtige natuur. Ook fotograferen, boeiende bergbeklimmers en – bewoners ontmoeten (door m’n werk voor Bergen Magazine) en reportages schrijven heb ik altijd heel leuk gevonden.

Wat vind je het moeilijkste aan bergbeklimmen?

Wat ik tegenwoordig doe vind ik helemaal niet moeilijk. Het is alleen maar leuk. Maar zo’n toestand kun je alleen maar bereiken als je door ervaring weet wat je grenzen zijn. Verder hoef ik op mijn leeftijd niets meer te bewijzen en kies er bewust voor om alleen nog maar dingen te doen waarvan ik denk te kunnen genieten. Dat houdt overigens wel in, dat ik zo nu en dan nog steeds een flinke inspanning lever! Overigens vond ik het vroeger wel degelijk moeilijk om de grens te bepalen van wat nog leuk was. Als je ’s ochtends wakker wordt met een knoop in je maag vanwege je onzekerheid en als dat gevoel na een paar touwlengtes klimmen niet verdwijnt, wordt het tijd om een tandje terug te schakelen.

Wat is je grootste bergprestatie geweest tot nu toe?

Grootste bergprestatie: Ik heb precies 41 jaar geleden de eerste Nederlandse beklimming gedaan van de Salbitschijen westgraat, een serie van zes gigantische graniettorens in Centraal Zwitserland. In die tijd werd dat beschouwd als de zwaarste rotsklimroute van de Alpen: 24 uur klimmen (dus met bivak) in de 5e en 6e graad. Ik heb tijdens die tocht alleen nageklommen; mijn touwgenoot Han Timmers was de godfather van het Nederlandse rotsklimmen. Han was een fantastische tochtgenoot, maar toen wij na een (voor die tijd) snelle klimtijd van 20 uur aankwamen op de top was het voor mij wel frustrerend om te zien dat Han zo fris als een hoentje om zich heen keek of er nog meer mooie lengtes te klimmen waren. Ik zat er op dat moment behoorlijk doorheen. Ik heb uiteindelijk toch meer voldoening geput uit het klimmen van minder lange en moeilijke routes waarbij ik zelf voorklom, zoals diverse rotsklimtochten in de Wilde Kaiser in Oostenrijk.

Bert Vonk een tijdje geleden

Hoe motiveer je jezelf om op moeilijke momenten toch door te gaan?

Als mijn motivatie weg is, ga ik liever terug. Ik was een keer met Xander Verrijn Stuart – expeditieleider van de eerste Nederlandse 8000er expeditie - op de Meije, een prachtige hoge rotsberg in de Franse Alpen. Ik wist hoe graag hij die tocht wilde maken en gezien zijn leeftijd was dat voor hem één van de laatste kansen om nog een keer een grote bergtocht te maken. Dat was voor mij een drijfveer om door te gaan. Maar halverwege de tocht merkte ik dat mijn conditie op dat moment ontoereikend was om de tocht met de vereiste veiligheidsmarge te volbrengen. Toen ik tegen Xander zei dat ik terugwilde zag ik aan zijn ogen hoe teleurgesteld hij was. Maar op dat soort momenten ben ik compromisloos: als het goede gevoel er niet is, moet je terugkeren! Twee keer ben ik op een moeilijke 4000er in een sneeuwstorm terecht gekomen. Dan moet je door en is je motivatie om door te gaan puur lijfsbehoud. Eén van die twee keren moest ik in de volle sneeuwstorm bivakkeren op een onbeschutte steile sneeuwhelling bovenop de Jungfrau. Halverwege de nacht kwam er een fatalistisch gevoel over me: als het zo moet zijn, dan moet het maar. Gelukkig klaarde het in de vroege ochtend op en konden we met stralend weer zonder al te veel problemen afdalen naar het Jungfraujoch.

Waardoor is je liefde voor bergen en klimmen ontstaan?

Een Franse alpinist heeft eens gezegd: wat is er mooier dan te dromen en vervolgens te merken dat de werkelijkheid nog mooier is dan de droom? Daar kan ik me volledig in vinden. Door de eerste vakanties met m’n ouders in de bergen ben ik van de bergen gaan dromen en alle ervaringen die ik daarna opdeed: het eerste scholierenbergkamp in het Oostenrijkse Mallnitz, het eerste klimweekend in de Maasrotsen, Kaunergratcursus, de eerste gidsloze tochten, het was allemaal even fantastisch.

Wie is je voorbeeld (en waarom?)

Ik heb grote bewondering voor iconen van het alpinisme zoals Walter Bonatti, Reinhold Messner en zeker ook voor Ronald Naar die Nederland, waar geen enkele traditie van professioneel alpinisme was, in de internationale klimwereld op de kaart heeft gezet. Toch heb ik uiteindelijk de meeste bewondering voor Gerard van Sprang, een Nederlandse alpinist van uitzonderlijke klasse die op beslissende momenten tijdens zijn grote expedities altijd de zorg voor zijn tochtgenoten liet prevaleren boven het ten koste van alles bereiken van de top.

Welke berg zou je ooit nog eens willen beklimmen?

Ik heb geen grote wensen meer; ik ben blij met elke mooie dag die ik in de bergen mag zijn. Ver reizen boeit mij niet zo. Er is dicht bij huis nog zo veel moois te zien en te doen! Ik zou de Badile Nordkante nog wel eens willen doen, niet zozeer vanwege de klimtechnische moeilijkheid, maar omdat het me fantastisch lijkt om over de rand van zo’n bonk graniet 800 meter omhoog te klimmen. Niet voor niets heet dat de mooiste graattocht in de Alpen. Maar de drukte die daar op mooie zomerdagen schijnt te heersen schrikt me een beetje af. Ook zou ik graag nog eens een mooie Dolomietentocht met mijn goede vriend de Italiaanse gids Andrea Piccoliori willen maken. De Dolomietenrots is prachtig steil, maar op sommige bergen zoals de Tofana boven Cortina d’Ampezzo zo rijk aan grepen en treden dat je bijna met je ogen dicht kunt klimmen. Een bijzondere sensatie!

Portret Bert Vonk

Welke andere bergsport lijkt je uitdagend om een keer te doen?

Ik heb al zoveel verschillende bergsporten beoefend dat ik niet zo’n behoefte heb om allerlei nieuwe sporten te gaan doen. De moderne funsporten laat ik graag aan de jeugd over. Hoewel: een keertje parapenten lijkt me wel gaaf en afgelopen herfst had ik in Grindelwald bij het kabelbaanstation Bort bijna een trottinet (een soort Alpenstep) gepakt om me naar Grindelwald te laten suizen. Misschien een volgende keer.

Heb je wel eens bijzondere dingen meegemaakt in de bergen?

Mijn engste avontuur was een beklimming van de Bibergpas boven Kandersteg in het westelijk Berner Oberland. We moesten over een afschuwelijk steile verijsde puinhelling naar boven. Van dat terrein waar je niet meer over durft af te dalen. Ik bereikte vlak onder de pas een rotswand toen mijn klimmaat Dirk 30 meter onder me meldde dat hij niet verder durfde. Helaas, hij had ons bergtouw in zijn rugzak. Ik wist op dat moment niet beter te doen dan mezelf eerst maar eens in veiligheid te brengen. Boven op de pas diep gaan zitten nadenken en vervolgens van alle touwtjes en veters die ik bij me had, plus m’n bloes die ik in repen had gescheurd een soort hulptouw gemaakt dat ik m’n maat heb toegeworpen en waaraan ik ons bergtouw heb opgetakeld. Toen was het leed nog niet geleden, want op de vlakke steenwoestijn van de pas kon ik geen enkel vast zekeringspunt vinden. Dirk was bovendien aan het eind van z’n latijn en durfde zelfs de rotswand niet meer te beklimmen. Ik heb toen het bergtouw een paar keer om m’n lijf geslingerd, ben plat op de grond gaan liggen zodat ik als ’n soort sleepanker fungeerde en heb Dirk zover gekregen dat hij in het aldus gefixeerde touw omhoog is geprusikt. Toen hij boven was vielen we elkaar wenend in de armen, zo blij waren we dat we het er heelhuids af hadden gebracht!

Een ander bizar voorval: ik was met Marjorie en zoon Marc aan het langlaufen in het kloofachtige S-Charldal, een zijdal van het Unterengadin. Een “onschuldig” traject, waar zelfs een arresleedienst verkeert. In het nauwste gedeelte van de kloof gaat het langlaufspoor langs de rotswand, terwijl het arresleespoor door een tunnel loopt. Wij stonden daar even naar een roedel gemzen te kijken toen Marjorie opeens naar boven keek en enthousiast riep: “Kijk, een lawine!” En inderdaad, met grote snelheid donderde er van een honderden meters hoger gelegen helling een enorme stofwolk op ons af! De paniek sloeg bij mij volledig toe. “Gauw naar de tunnel” schreeuwde ik naar Marjorie en Marc. Helaas, in m’n haast om m’n spullen bij elkaar te graaien viel ik en wist op dat moment dat ik geen tijd meer had om de reddende tunnel te bereiken. Ik had nog wel de tegenwoordigheid van geest om m’n muts voor m’n neus te doen, zodat ik hopelijk niet zou stikken in de aanstormende wolk van sneeuw. Daar lag ik in de sneeuw en kon verder niets doen dan gelaten afwachten. Er kwam geen luchtdrukgolf, wel werd ik even later omringd door een dichte mist van sneeuwkristallen, maar daar bleef het gelukkig bij. Het was maar een heel klein lawinetje geweest. Toen de mist was opgetrokken klopte ik m’n kleren af, voegde me bij Marc en Marjorie in de veilige tunnel en even later vervolgden we ongedeerd onze weg. Maar de rest van de dag had ik wel bibberknieën!

Heb je nog een bijzondere of onbekende wandel/klimtip?

Tips genoeg. Ik ben dol op eenzame gebieden en die zijn er gelukkig ook in de Alpen en andere Europese gebergten nog genoeg. Een paar voorbeelden: het Val Grande, een piepklein maar prachtig nationaal park ten westen van het Lago Maggiore. De Canyons van de Sierra de Guara net ten zuiden van de Pyreneeën, waar je ook lichte maar zeer indrukwekkende tochten zonder abseilpistes kunt maken. De Tramuntana op Mallorca, een schitterend berggebied, waar je prachtige dagwandelingen kunt maken, maar ook een trektocht van 8 dagen van west naar oost dwars over het eiland. De kloof van de Torrent de Pareis in diezelfde Tramuntana is een van de mooiste tochten die ik ooit gemaakt heb. De Sierra de Almijara vlak achter de Costa del Sol met zijn diepe kloven en Dolomietachtige bergen. In de winter: het gebied boven de Ofenpas bij het Zwitsers Nationaal Park is 100 % sneeuwzeker en een eldorado voor sneeuwschoenwandelaars.

Meer inspiratie

Landen en gebieden: 

Lees hier welk biertje het beste bij jou past

Ben jij benieuwd hoe je makkelijk de winter doorkomt?

Benieuwd hoe jouw schoenen langer mee kunnen gaan?

Voor Bergwijzer.nl zoeken wij een enthousiaste stagiair voor de webredactie.