Toerskiën in de Queyras. Foto Rogier van Rijn

Toerskiën in het wilde gebergte van natuurpark Queyras

De Queyras is een van de droogste streken in de Alpen. Voor skiërs die gek zijn op hellingen vol verse sneeuw lijkt dit gebergte daarom niet de meest voor de hand liggende keus. Toch garanderen de constant lage wintertemperaturen elk jaar weer heerlijke poedersneeuw. Dit maakt de streek, waar de bergtoppen nog niet zijn ontsierd door liftinstallaties, tot een plek waar de toerskiër kan doordringen tot de ziel van de bergen. 

Tekst en foto's: Rogier van Rijn

Toerskiën in de Queyras. Foto Rogier van Rijn

Briançon krijgt de eerste zonneschijn als we met mijn busje de weg richting de Col d'Izoard op draaien. Ik heb dit keer mijn zinnen gezet op de Lasseron, de grote berg die vanuit de vestingstad goed te zien is. Met elke volgende haarspeldbocht omhoog, lijkt de muur van sneeuw naast de weg in hoogte te verdubbelen. Het was weer eens een typische retour d'est-situatie: een slechtweerstoring waarbij vochtige lucht vanaf de Middellandse Zee zorgt voor grote hoeveelheden sneeuw in Piemonte in Italië en in de Queyras. We beginnen in Cervières. Dit betonnen dorp heeft een trieste geschiedenis. In de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers deze nederzetting platgebrand. Het na de oorlog herbouwde Cervières is niet bepaald een romantische plek.

Het eerste stuk van de ruim duizend hoogtemeters gaat over een goed geprepareerde loipe. Deze gemoedelijke warming-up brengt ons langs mooie bevroren watervallen en enkele oude boerderijen. Een smal couloir, omgeven door dennenbomen, opent de route richting de Lasseron. Het verschil is voelbaar: Spitzkehre na Spitzkehre, de weg omhoog krijgen we hier niet cadeau. Na dit couloir kom ik op een relatief vlakke traverse door een mooi dal. Het spel van licht tussen de hemel, sneeuw, bomen en de rotsen is fantastisch. Het doet ons de technische moeilijkheid van de voorafgaande klim snel vergeten. In dit betoverende landschap lopen we dankzij onze skivellen zonder problemen omhoog. De wind heeft voor gevaarlijke opeenhopingen van sneeuw gezorgd, sporen van windslab-lawines vormen het bewijs. Toerskiën in de Queyras. Foto Rogier van RijnHet is dus opletten geblazen. We naderen de topwand. Een tiental scherpe Spitzkehres liggen nog in het verschiet. Het is gevaarlijk, want in de glooiende helling schuilt lawinegevaar. Nauwgezet spoor ik omhoog richting de top. Achter ons zien we beroemde skitochtplekken zoals Maison Chaude, Les Grands Peygues, Grand Glaiza en de beroemde Col d'Izoard. Voor ons liggen de reuzen van de Ecrins. Subliem! 

De afdaling is zoals we in de Queyras gewend zijn: perfecte sneeuw, glooiende hellingen en weinig verrassingen. De poedersneeuw vliegt om onze oren en het leven is even niets meer dan de beweging van de benen, de draaiende ski-tips en het genoegen van la glisse, het 'zomaar' heerlijk naar beneden glijden. Pointe de Crachet Enkele weken later rijd ik door de steile kloof van de Guil, samen met mijn vriendin Sandra en Scratch, onze trouwe viervoeter die ook niet vies is van een lekkere poederafdaling. In Guillestre slaan we af richting Vars, een van de weinige grote skistations in dit gebied. Maar wij mikken veel hoger, boven de glijdende massa.

Kilometers voorbij de stoeltjesliften en toeristenwinkeltjes komen we aan op de Col de Vars die wordt gezien als de grens van de Queyras en L'Ubaye. Op het randje van de Queyras willen wij naar een bergtop met de niet benijdenswaardige naam: Pointe de Crachet ('spuug-top'). We zijn vandaag helemaal alleen, en dat is in de Queyras niet zo uitzonderlijk. We gaan hogerop, terwijl Scratch om ons heen dolt. Hij zoekt naar botten die begraven liggen onder de sneeuw. De vallei glooit dat het een lieve lust is en we komen uit op een brede sneeuwgraat. Deze volgen we tot op de top. Ik ben niet als eerste boven, Scratch heet ons zacht blaffend welkom.  Zonneschijn, en met zijn drieën op de top. De honingthee uit de thermosfles smaakt naar meer. De vruchtenreep van onze zelfgeplukte vruchten doet eveneens goed. Aangezien de sneeuw al enkele dagen oud is, verwacht ik eigenlijk veel skisporen aan te treffen. Niets van dat alles: in de hele vallei zien we vooral konijnensporen. Vanaf de top zien we het Lac de Serre Ponçon, een enorm stuwmeer dat een groot deel van Zuid-Frankrijk van water voorziet. Voordat we aan de afdaling beginnen bespreken we de stabiliteit van het sneeuwdek, we analyseren de wind, de temperatuur en de verschillende lagen sneeuw. Scratch vind het allemaal te lang duren. Blaffend laat hij ons weten graag achter ons aan te rennen. Toerskiën in de Queyras. Foto Rogier van RijnLachend trekken we de vellen van onze ski's en klikken al ons materiaal in skistand. Ik duik als eerste van de top. In volle vaart draai ik mijn bochten. Sandra vliegt ook. Scratch blaft van plezier en probeert ons bij te blijven. Met grote sprongen duikt hij achter ons aan. Af en toe moeten we stoppen om hem wat rust te gunnen. Toch is deze afdaling al weer te snel voorbij. Nu rest ons alleen nog de herinnering. De Queyras, met die fantastische vergezichten, maagdelijke poedersneeuw en een heerlijk klimaat.

Dit artikel is eerder verschenen in Bergen Magazine nummer 1 van 2008. 

Meer inspiratie

Voor Bergwijzer.nl zoeken wij een enthousiaste stagiair voor de webreactie. 

Profiteer nu: 1 jaar Bergen Magazine voor slechts €22,50 + 3 cadeaus!